
Onze context
Trends en ontwikkelingen
In dit hoofdstuk gaan we in op enkele belangrijke trends en ontwikkelingen in 2025 en de uitdagingen en kansen voor HVC.
De externe omgeving is in 2025 sterk in beweging. Geopolitieke ontwikkelingen vergroten het belang van energie- en grondstoffenonafhankelijkheid. Fossielvrije, duurzame, regionaal opgewekte energie en circulair materiaalgebruik krijgen hierdoor een strategische dimensie omdat ze bijdragen aan leveringszekerheid en de afhankelijkheid van partijen met een andere oriëntatie verkleinen.
Parallel hieraan ontstaat druk om klimaatmaatregelen af te zwakken door zorgen over de internationale concurrentiepositie van de industrie en toenemende behoefte om middelen vrij te maken voor actuele maatschappelijke opgaven, zoals defensie en veiligheid.
Om de klimaatverandering en wereldwijde ontwrichtende effecten daarvan tegen te gaan blijft structurele verduurzaming onverminderd noodzakelijk. HVC kan en wil tezamen met de deelnemende gemeenten en waterschappen daar in positieve zin aan bijdragen.
Ook HVC wordt geconfronteerd met de landelijke problematiek van netcongestie en schaarse stikstofruimte. Beide fenomenen vormen een grote belemmering voor de tijdige uitvoering van projecten, zelfs die projecten, die bijdragen aan het verminderen van netcongestie of stikstofemissies.
Voor het vinden en binden van gekwalificeerd personeel moeten we ons meer inspannen. En op het terrein van grondstoffen zijn er zorgen over de afzet en hergebruik van ingezameld plastic en textiel. Tot slot leidt de aanwezigheid van lachgas in het restafval nog steeds tot explosies, gevaar en schade.
We zien ook kansen op het gebied van hergebruik van grondstoffen en de warmtetransitie. Het nieuwe Circulair Materialenplan geeft een impuls om te komen tot hoogwaardige inzet van gerecyclede grondstoffen. En het aantal warmteaansluitingen groeit fors door.
Enkele belangrijke trends en ontwikkelingen voor HVC in 2025 lichten we in dit hoofdstuk kort toe.
Duurzame energie
Wet collectieve warmte en betaalbaarheid
De nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw) markeert een belangrijke stap in de Nederlandse warmtetransitie. De wet is ontwikkeld om het bestaande wettelijke kader te vervangen en om gemeenten, warmtebedrijven en bewoners meer duidelijkheid en zekerheid te bieden.
Voor gemeenten betekent de Wcw vooral meer verantwoordelijkheid én meer handelingsperspectief. Zij kunnen nu formeel gebieden aanwijzen waar collectieve warmte de voorkeursoptie is en krijgen een duidelijk proces om een warmtebedrijf te selecteren. Dat maakt het eenvoudiger om plannen te maken, bewoners te betrekken en projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen. In combinatie met Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie kunnen gemeenten zeer gericht sturen op het aardgasvrij maken van buurten en wijken.
Voor HVC – als publieke warmtepartner – biedt de Wcw meer zekerheid om te investeren in infrastructuur, bronnen en uitbreiding van bestaande netten. De wet stuurt op een publiek meerderheidsbelang in warmtenetten, introduceert een nieuw tariefstelsel en creëert een stabieler speelveld waarin langjarige investeringen beter kunnen worden terugverdiend. Ook maakt de wet het eenvoudiger om samen met gemeenten strategische keuzes te maken over duurzame bronnen, zoals geothermie, aquathermie of restwarmte.
Naast de invoering van de Wcw is de betaalbaarheid van warmte veel in het nieuws geweest. Voor bewoners zijn kosten en een gebrek aan urgentie redenen om af te zien van aansluiting op een warmtenet. Er zijn subsidies nodig om te voorzien in nieuwe bronnen en om de onrendabele top te financieren. De komende jaren zijn cruciaal voor de voortgang van de warmtetransitie. De aangekondigde wet- en regelgeving kan ons daar naar verwachting bij helpen.
Netcongestie
Op verschillende plekken in Nederland is er onvoldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. Tegelijkertijd neemt het gebruik en de opwek van elektriciteit nog steeds toe. Deze zorgen voor ‘file’ op het elektriciteitsnet op piekmomenten: netcongestie.
In 2025 namen de problemen verder toe. Nederland en ook het HVC gebied kleurt rood. HVC wordt zelf ook geconfronteerd met netcongestie bij de bouw van installaties en voorzieningen. HVC zet in op verandering van de energieketen. Daarvoor is het nodig om op de juiste plekken duurzame energie en batterijen toe te voegen en productie en vraag beter op elkaar af te stemmen. Het doel is om energie zoveel mogelijk te benutten op het moment dat deze wordt opgewekt of wanneer dat maar beperkt mogelijk is, deze tijdelijk op te slaan en later te gebruiken.
Grondstoffen en afval
Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV)
De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) moet ervoor zorgen dat bedrijven die producten maken ook verantwoordelijk zijn voor (de kosten van) het inzamelen en hergebruiken van het afval van die producten.
UPV plastic verpakkingen
De producenten van verpakkingen, verenigd in Verpact (voorheen Afvalfonds Verpakkingen), zijn verantwoordelijk voor een goede inzameling en recycling van deze verpakkingen, inclusief het statiegeldsysteem. Gemeenten ontvangen van Verpact een inzamelvergoeding voor plastic, blik en drinkpakken (pbd), ingezameld bij huishoudens (bronscheiding) of gescheiden uit restafval (nascheiding).
In september 2025 hebben Verpact, VNG en NVRD de nieuwe Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen 2025–2030 gesloten als uitwerking van de UPV Verpakkingen. De overeenkomst vervangt de eerdere ketenafspraken en introduceert een stabieler en transparanter vergoedingsmodel voor gemeenten. Centraal staat de kwaliteit van het ingezamelde verpakkingsafval, met name pbd. In tegenstelling tot de vorige overeenkomst, waarin afkeur en discussie over visuele controles een grote rol speelden, worden vergoedingen nu gekoppeld aan objectieve kwaliteitsmetingen.
Gemeenten die schoner en beter gescheiden materiaal aanleveren ontvangen een hogere vergoeding. Daarmee verschuift de prikkel van volume naar kwaliteit. De nieuwe Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen treedt per 1 januari 2026 in werking.
Stijging heffingen afvalverwerking
Belastingplan 2026
Het belastingplan 2026 kondigt voor de periode vanaf 2027 belangrijke verhogingen aan ten aanzien van de voor afvalenergiecentrales (AEC's) toepasselijke afvalstoffenbelasting en CO2-heffing. De achtergrond van deze verhogingen is het doorhalen van de polymeren-heffing ('plastictaks'), die per 2028 ten laste van de plasticproducenten zou komen. Het afzien van deze heffing leidt voor het Rijk tot een derving van € 567 miljoen per jaar, ingaande 2028 (prijspeil 2025). Om deze te compenseren stelt het kabinet met het Belastingplan 2026 alternatieve maatregelen voor, die met name ten laste van AEC's komen.
De landelijke afvalstoffenbelasting wordt per 2028 verhoogd van € 39,70 per ton te verbranden afval naar € 90,21. Vanaf 2035 wordt het tarief verder verhoogd naar € 113,81 (prijspeil 2025). Daardoor stijgen de komende jaren de lasten voor een huishouden.
Er wordt nog volop gesproken over de belastingmaatregelen van het Belastingplan 2026. De verwachting is dat in het voorjaar van 2026, na het aantreden van een nieuw kabinet, meer duidelijkheid komt over het definitieve fiscale beleid op het gebied van afvalstoffen voor de komende jaren.
CO2-heffing
Bij het verbranden van restafval komt CO2 vrij. Het verbranden van één ton restafval leidt tot de uitstoot van ongeveer één ton CO2. Hiervan is 32% fossiel en 68% biogeen.
Tot nu toe hoefde niet te worden betaald voor de CO2-uitstoot die vrijkomt bij het verbranden van afval. Dat verandert in 2026. De CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties wordt vanaf 2026 stapsgewijs verhoogd naar € 303,55 per ton fossiele CO2 in 2030, met als doel extra CO2-reductie, het tegengaan van afvalimport en het dekken van de derving van het niet invoeren van de circulaire plasticheffing. Dit verhoogde tarief biedt volgens het Kabinet een sterke prikkel voor het toepassen van CO2-afvang en -opslag (CCS), maar zal ook leiden tot hogere kosten, vooral als niet tijdig wordt overgestapt op CO2-afvang en –opslag en geen andere mitigerende maatregelen worden genomen. HVC heeft een restafvalstrategie ontwikkeld, gericht op maatregelen die de onvermijdelijke meerkosten van verwerking van huishoudelijk restafval zoveel mogelijk beperken. HVC focust op reductie van restafval door het stimuleren van afvalpreventie, betere bronscheiding en extra nascheiding van restafval.
Gewassen bodemas is de norm
Het nieuwe Circulair Materialenplan (CMP) is op 30 december 2025 in werking getreden en vervangt het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3). Het CMP ondersteunt de transitie naar een circulaire economie en fungeert als de schakel tussen beleid en uitvoeringspraktijk. Het CMP bevat informatie over stappen in de keten die van belang zijn om als Nederland de omslag naar een circulaire economie te maken. Denk aan preventie, ontwerp, reparatie en circulair materiaalgebruik.
HVC verbrandt circa 950 kiloton restafval in haar afvalenergiecentrales in Alkmaar en Dordrecht. Bij deze verbranding ontstaat een restproduct in de vorm van ruwe bodemas. Deze wordt in de bodemaswasinstallatie door middel van een wasprocedé gereinigd om te kunnen worden toegepast als zandvervanger onder wegen.
Het CMP stelt als eis dat bodemassen zodanig worden gereinigd dat deze zonder voorzieningen verantwoord kunnen worden toegepast, conform de eisen die gelden voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022.
HVC voldoet met het wassen van de vrijkomende bodemas sinds 2015 aan deze eisen en pleit voor eenduidige landelijke toepassingsregels en een gelijk speelveld voor alle secundaire bouwstoffen. Hierover vindt het gesprek plaats met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Omgevingsdiensten.
Belanghebbenden
Onze belangrijkste belanghebbenden zijn onze aandeelhoudende gemeenten en waterschappen, klanten en inwoners, medewerkers, financiers en onze omgeving. Wij willen onze activiteiten zoveel mogelijk in balans brengen met die van onze belanghebbenden en werken aan wederzijds begrip en vertrouwen. Hoe wij in 2025 de dialoog met onze belanghebbenden hebben vormgegeven en over welke onderwerpen wij in gesprek zijn geweest is weergegeven in de tabel ‘dialoog met belanghebbenden’.
Communicatie met aandeelhouders
Twee keer per jaar vindt een aandeelhoudersvergadering plaats waarin onder meer de strategie, behaalde resultaten en belangrijke investeringen met de aandeelhouders worden afgestemd. Voor en na elke aandeelhoudersvergadering krijgen colleges en de dagelijkse besturen een Vooruitblik respectievelijk Terugblik ten behoeve van de informatievoorziening van hun raden of algemene besturen. HVC hecht eraan om haar aandeelhouders óók inhoudelijk over actuele onderwerpen te informeren.
Educatie en bewustwording
Onze educatie is gericht op leerlingen van basisscholen in het werkgebied van HVC. Met ons educatiepakket 'de groene bende’, bedoeld voor groep 7 en 8, benadrukken we het belang van afval voorkomen en scheiden, recycling en het gebruik van duurzame energie. Een onderdeel van het pakket is een bezoek aan de expeditie Schone Wereld in Alkmaar. Hier nemen we schoolklassen en andere bezoekers met een interactieve tour door de afvalenergiecentrale mee in een verhaal over klimaatverandering en duurzaamheid. En inspireren we hen om zelf ook een steentje bij te dragen aan een schone wereld. We ontvingen in 2025 voor de expeditie een prijs voor creatieve communicatie van de Europese koepelorganisatie van afvalbedrijven, CEWEP. In 2025 hebben we 4.707 bezoekers ontvangen bij de expeditie in Alkmaar. In de afvalenergiecentrale in Dordrecht zijn in de loop van het jaar de rondleidingen, die gestopt waren in verband met veiligheid vanwege ontploffingen van lachgascilinders in de verbrandingsoven, weer hervat.
Onze organisatie
Onze duurzame activiteiten, projecten en innovaties
Een selectie van onze duurzame activiteiten in 2025.




